7 tips voor een mooier borduurwerk

with No Comments

Het seizoen van op de bank zitten met warme chocolademelk en een borduurwerkje komt er weer aan! Ik heb mijn grote 50×50 cm Natsu Dragneel (Fairytail) project laatst weer opgepakt en dat betekent toch wel echt een beetje herfst voor mij. Een uitgeprinte chart van welgeteld 9 A4’tjes, mijn grootste project ever!

Ik begon met kruissteekborduren toen ik een klein meisje was. Ik zag mama het een keer doen en ik dacht: Hee, dat ziet er mooi uit! Mag ik ook eens? Dus wat later kreeg ik mijn allereerste borduurpakketje. Anyway, 20 jaar later ben ik een seasoned burduurjunkie, dus ik denk dat ik wel qualified genoeg ben om jullie wat tips te geven 😉

1 – Gebruik geen verschillende merken garens door elkaar

Been there, done that. Ik had wat goedkopere garens gekocht bij de Action of Hema, maar als je dat zwarte garen naast DMC zwart gebruikt… Helaas. Als je ze naast elkaar legt, valt het niet zo op, maar in grotere vlakken zien je het wel: de textuur van de kruisjes is anders, waardoor de kleur ook anders lijkt. Gebruik dus garens van hetzelfde merk voor 1 project, en zorg dat je genoeg hebt voordat je begint, of dat je zeker weet dat je dat exacte garen ergens kunt kopen.

2 – Maak je kruisjes allemaal in dezelfde richting

Dit is een van de eerste dingen die mama mij leerde voor mijn eerste borduurwerkje: zorg dat je kruisjes allemaal dezelfde richting op wijzen. De onderste draad altijd van linksonder naar rechtsboven, de bovenste draad altijd van linksboven naar rechtsonder. Of andersom, zolang je maar consistent bent! Dit zorgt voor een heel netjes, gelijkmatig borduurwerk.

3 – Bewaar je borduurgaren op knijpers

Dit heb ik ooit een keer op Pinterest gezien, en direct zelf toegepast: mijn borduurgaren bewaren op knijpers. Nooit meer garens in de knoop! En het ziet er nog leuk en gezellig en rustiek uit ook, als je houten knijpers gebruikt. Ik heb op het uiteinde van iedere knijper de DMC kleurcode geschreven.

4 – Maak projectkaartjes

Bij kant-en-klare borduurpakketten zitten ze al: kaartjes met gaatjes waar je je draden op kunt sorteren, zodat je direct weet welke draad je moet hebben bij welk symbool. Voor zelfgemaakte charts, of charts die ik op internet heb gevonden, maak ik zelf van dat soort kaartjes. Het enige wat je nodig hebt zijn een oude ansichtkaart, een perforator en een pen. Per kleur maak ik altijd twee gaatjes: 1 voor complete draden en 1 voor gesplitste en deels opgebruikte draden.

5 – Geen borduurring? Rol je doek op

Werken met een doek van 50×50 cm is nogal een gedoe. Langs de randen is het geen probleem, maar wanneer je dichter bij het midden komt, is het erg moeilijk om je doek goed vast te houden. Voor mijn Natsu-project ben ik aan de onderkant begonnen, en rol ik het doek op naarmate ik verder kom. Zo krijg ik er ook geen kreukels in als ik het opberg!

6 – Symbolenchart

Op internet kom je veel kruissteekpatronen tegen waar je enkel een kleurchart krijgt. Voor projecten met niet zoveel kleurtjes is dat geen probleem, maar als je meer kleuren in een project hebt, of wanneer kleuren veel op elkaar lijken, is het veel fijner om een symbolenchart te gebruiken. Hier zie je veel duidelijker welke kleur je moet gebruiken. Hier kun je ook met een stift bijhouden wat je al gedaan hebt.

7 – Kleur je chart

Wanneer je een groot project hebt, loont het om met potlood de grenzen van duidelijke delen af te bakenen. Bij mijn Natsu-project heb ik dat bijvoorbeeld gedaan: de rand van zijn haar heb ik met roze afgebakend, alles wat huid is, heeft een oranje rand en alles wat vuur is, heb ik omlijnd met geel. Zo kun je in een symbolenchart makkelijker zien om wel deel het gaat, en met welke subset kleuren je aan het werk moet. En het geeft natuurlijk enorm veel voldoening om te kunnen zeggen: Yesss, ik ben klaar met zijn broek! Ik ben klaar met de linker vlam!

Borduur jij ook? Wat zijn jouw tips & tricks?

Leave a Reply

CommentLuv badge

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.